Halloween Oirschot

Halloween Oirschot vierde editie

Na drie succesvolle Halloween tochten kunnen we niet anders dan door te gaan met dit geweldige en unieke evenement in Oirschot.

Halloween route

Dus dit jaar voor de 4e keer weer een griezeltocht door het oude en historische centrum van Oirschot. Elk jaar kiezen we een andere route om het spannend te houden. Langs eeuwenoude straatjes en steegjes, verlaten pleintjes en door oude en historische gebouwen heen loopt de route die je zal doen huiveren.

 

Scare Zones

Er zijn meer dan 20 Scare Zones langs de route, neem de tijd ervoor om alles te kunnen zien. Ook zijn er diverse opvoeringen die gedurende de gehele avond herhaald zullen worden. Voor de bangeriken en kleintjes die geen slapeloze nacht willen hebben is er een “escape route”. Deze staat speciaal aangegeven zodat je bepaalde Scare Zones kunt overslaan.

Kom verkleed

Natuurlijk ga jij ook verkleed, dan val je misschien minder snel op tussen alle griezels, spoken, mummies, vampiers en wat al niet meer. Anders ben je een te opvallende prooi. Bij Woonplaza Oirschot is er een enorme afdeling speciaal voor Halloween, hopelijk durf je dat al aan.

Sponsoren

  • Antiek en Oude Kunst Ad van de Schoot
  • Hotel De Kroon  
  • Hoofdkantoor Brabant Reg  
  • Hamers-Sulsters Holding  
  • t Weverke  
  • HelloLunch  
  • De Groenteboer  
  • Grand Cafe Palacio  
  • De Ster Kaas en Culinair  
  • Zuzz en Zo  
  • De Kroon Moorland  
  • Camping ‘De Bocht’  
  • Il Tavolino  
  • Corpus Novum  
  • Verspaandonk  mode
  • Slagerij Cas Smits  
  • De Burgemeester   
  • Jumbo supermarkt Oirschot
  • Visit Oirschot
  • Gemeente Oirschot
  • Brouwerij Vandeoirsprong
  • Hof van Solms
  • Woonplaza Oirschot
  • Chocolaterie en IJssalon De Dames
  • Mitra Drankenspeciaalzaak Hans & Hans

Halloween Oirschot video’s

Halloween 2018

Van Rossum’s Inferno

 

Inleiding

Als we de boeken mogen geloven, en op zoek gaan naar de donkerste bladzijden van de Oirschotse geschiedenis, dan zal het boek wel openvallen in het jaar 1542. Veldheer Maarten van Rossum, in dienst bij de hertog van Gelre, steekt bij Ravenstein de Maas over. De Brabantse veldtocht is een feit. Met zijn leger van 15.000 man voetvolk en 2.000 ruiters, de Zwarte Ruiters genaamd, en het nodige geschut, begint een ware strooptocht door het Brabantse land. Met als hoofddoel het innemen van de stad Antwerpen.

Van Rossum heeft als lijfspreuk: ’Blaken en branden zijn de sieraden van de oorlog’…. en dit maakt hij ook waar. Bij elk dorp of stad waar het leger verschijnt, kunnen de bewoners kiezen: een grote som geld betalen, of geplunderd en platgebrand worden. Zo vallen Sint-Oedenrode, Oirschot en Beers voor de vlammen van Van Rossum. Stille getuige van dit leed is de ‘Oude Toren’ in Beers. De bewoners zijn gevlucht van de plek des onheils en hebben de nieuwe dorpen gesticht. Terwijl de toren daar nog eenzaam staat.

Maar het lukt Maarten van Rossum niet Antwerpen in te nemen, en uit frustratie trekt hij rovend en brandend wederom door Brabant. Door dit Barbaarse gedrag krijgt hij dan ook de bijnaam: de Gelderse Atilla.

Terwijl hij in de Gelderland gezien wordt als een groot krijgsman, huivert men in Brabant nog na….

 

Oirschot in vlammen

Annemiek de Courtisane begeeft zich naar de tent van Maarten van Rossum. Het leger waar zij met haar dames met mee trekt, heeft het kamp opgeslagen in de velden rond de Heerlijkheid Oirschot: het volgende dorp dat na de rooftocht in Sint-Oedenrode aan de beurt is.

Annemiek en haar dames stammen af van tovernaarsgeslachten, maar vanwege heksenvervolgingen doken zij onder. Maarten van Rossum doorzag hun dubbelleven en dwong hen in dienst te treden van zijn leger. Het koken, wassen en de andere diensten voor het leger vallen hen zwaar. Ook wat zij gezien hebben op vorige veldtochten valt hen zwaar… zoveel leed. Dat was niet de boodschap die Annemiek kreeg bij het aanvaarden van haar gave. Ze leeft in een voortdurende tweestrijd. Maar ze is geheel in de macht van haar veldheer. Eerlijk gezegd, voelt ze ook wel wat voor hem. Als zijn favoriete courtisane, heeft ze hem op een andere manier leren kennen. Meer de ruwe bolster met de blanke pit. In haar leeft het gevoel van diep verlangen, hem ooit het goede pad op te wijzen. Maar voor nu lijkt dat een ijdele hoop. Nu heeft zijn leger hier ’t kamp opgeslagen. Een dodenleger van 15.000 man en 2000 Zwarte Ruiters, geleend van de Deense koning. En dan de Vuurfeeksen, heksen die uit vlammen bestaan, en voor hem alles platbranden door er maar naar te kijken. Advies krijgt hij van zijn heren de Rode Raven, tovenaars in die als rode raven gekleed gaan. Hij vertrouwt ze zo, dat ze zelfs op zijn wapenschild staan. Men zegt zelfs dat ze kunnen vliegen, en dat ze kunnen waarzeggen. En ook dan nog de Barbaarse beulen, niets ontziend, en zonder gevoel, martelen en moorden zij, onder de bevolking. 1 ding telt… en dat is het buitgemaakte goud. En dan nu Oirschot! De belangrijkste en rijkste plaats van de Kempen, staat op het punt te vallen voor zijn meedogenloosheid. Als Annemiek langs de tent van heer meester loopt, hoort ze binnen stemmen …

 

7000,- gulden, had ik toch gezegd! En geen cent minder!’ buldert van Rossum door de tent. Zijn onderhandelaar kruipt ineen… ‘Heeft die schout van dat dorp het nu nog niet door!… Brand die boerderijen hier aan de Boterwijk maar ‘ns plat, roof en plunder! Dan ga ik morgen zelf wel ‘ns horen in dat dorp! Niet betalen is branden!’ De legerleiding verliet de tent en zette een deel van het leger in richting de Boterwijk. Niet lang daarna was de hemel zwart van de rook, en aan de horizon kleurden de rode vlammen.

Annemiek kwam de tent binnen. ‘Gaat het? Heer van Rossum?‘ vroeg ze. Een kort gemompel kwam van achter de hoge leuning van de stoel vandaan. ‘Morgen leer ik die schout van Raffendonk ‘ns een lesje!’  Ik moet dat dorp hebben, stelletje rijke ijdeltuiten daar!’ Annemiek schudde haar hoofd, wanneer hield het nu eens op? Ze schonk hem een glas wijn in…’Hier, misschien kalmeer je hier van...” Maar bij voorbaat wist ze al, dat dat niet het geval zou zijn.

In de volgende morgen zetten Maarten van Rossum en zijn ondergeschikten voet in het raadhuis aan de Markt. Ze stormden het bordes op en wilden door de deur naar binnen, toen een knappe blonde jongedame juist naar buiten kwam. Een van de generaals pakte haar ruw vast en gooide haar ruw tegen de muur van het bordes. Van Rossum zag de knappe verschijning, en was op slag verliefd. ‘Stop! Riep hij, ‘wie is dat?” Het meisje krabbelde overeind. ‘Zeg op!’ snauwde van Rossum haar toe. ‘Ik ben Pieternelleke van Raffendonk’ stamelde het kind. Ahaaa dacht van Rossum…. ‘dat komt mooi uit” sprak hij. Hij pakte Pieternelleke bij de arm en sleurde haar het raadhuis binnen. Hij trapte de deur van de raadszaal open. Daar aan de grote tafel zaten de schout, de schepenen, en het kapittel van Oirschot. ‘Precies wie ik moet hebben’ riep hij. ‘En heren zijn jullie al zover, of moet ik jullie even Sint-Oedenrode in jullie gedachten brengen. ‘’ Nee dat hoefde hij niet. Want de wandaden in Rooy waren bij de heren bekend. De schout stond op: ‘wij kunnen het gevraagde bedrag onmogelijk betalen, heer van Rossum’ sprak hij. ‘Maar ik vraag u nederig ons dorp te sparen.” ‘Wat? Brulde van Rossum het uit. ‘een dorp met zowat de grootste kerk van Brabant, gevuld met louter rijke boeren en burgers, kan mij niet betalen!… laat me niet lachen. Heb je die boerderijen aan de Boterwijk al gezien?’ Ja, dat was hen bekend. De gruwelverhalen hadden reeds het dorp bereikt. Dus de schrik zat er goed in. “heer van Rossum, spaar ons,’ smeekte de schout. Van Rossum keek naar Pieternelleke, ‘Dus geen brandschat? Dan neem ik toch gewoon een bruidschat…”en hij keek het meisje aan. Pieternelleke verschoot, haar gezicht trok lijkwit weg. Nee, zij kon niet trouwen met deze gruwel. Dat beest. ‘Nooit’ riep ze Maarten van Rossum toe. ‘O jawel’ brulde van Rossum. ‘Sluit haar op, in de cel onder het bordes, plunder het  dorp, en martel de bevolking. Verbrand de huizen. Elke dag kom ik vragen om je hand. Zolang je weigert, ga ik door.’ Soldaten sleurde Pieternelleke over de trap naar beneden en wierpen haar in de kerker onder het raadhuis. Van Rossum gaf de opdracht aan zijn leger het dorp te plunderen. Al snel sloegen de eerste vlammen uit de huizen, bewoners renden gillend door de straten en soldaten dreven de mensen bijeen om ze gevangen te nemen. Door de tralies van haar cel, zag Pieternelleke het aan… ‘wil ik dit op mijn geweten hebben’ dacht ze… ‘maar hoe kan ik nu trouwen met een beest? …. Snikkend zakte ze op de grond van de kerker…. En buiten hoorde ze het wapengekletter, en de gillende menigte. Vlammen weerkaatsten op de muren. Wat moest ze doen?

Het duurde dagen achter elkaar. Het dorp was omsingeld door het leger en onophoudelijk waren de bewoners overgeleverd aan de grillen van de soldaten. Het ergste waren toch wel de gruwelijke martelingen die de bewoners ondergingen. Schout van Raffendonk hield zijn dochter via het raam met de tralies op de hoogte van de toestand in het dorp. “vader, wat moet ik doen?” vroeg het meisje. “Kind, om dit noodlot af te slaan zal er een offer nodig zijn, ik vrees dat jij dit bent, mijn kind” even was het stil in de kerker….

Goed, ik zal met hem trouwen, maar dan moeten de gruwelijkheden direct stoppen” sprak Pieternelleke. De gezant van van Rossum die bij hen stond, hoorde dit en spoedde zich met dit bericht naar het kamp. De schout en zijn dochter huilend achter gelaten.

Mooi’ riep van Rossum, ‘dan kan die ouwe gek ons ook mooi trouwen… Maak alles klaar in dat raadhuis, we trouwen vandaag nog” Annemiek de Courtisane stond in de hoek van de tent. Haar ogen vertrokken. Hoe kon hij dat onschuldige meisje trouwen? Enkel door dwang, terwijl zij eigenlijk van hem hield, maar haar nu afserveerde als een stuk vuil. Ze voelde een woede opkomen in haar buik.  ‘En drijf de bevolking bijeen op het Moordlant, terwijl ik in de raadskelder trouw, maken jullie de bevolking van kant. Wat er nog over is van het dorp maak je met de grond gelijk, en zeker hun trots… die kerk daar!”

Annemiek ontstak van binnen in blinde woede. Dat arme kind, en hij breekt zelfs zijn woord. Die arme burgers, dit moet ik voorkomen. Ze verliet de tent van Van Rossum en haastte zich naar haar dames. Ze vertelde hen van wat er ging gebeuren. Overdonderd door het bericht stemden zij toe. Pakten snel hun benodigde spullen en verlieten een voor een ongemerkt het kamp. Ze hadden afgesproken om elkaar op de hei tussen Oirschot en Best, bij de oude molen op het Moleneind weer te ontmoeten. ‘We moeten kost wat kost dit zien te voorkomen” sprak Annemiek haar dames toe. ‘We gaan de hei op en verzamelen ons leger”. ‘Een leger?‘ vroeg een van hen. “Ja, let maar ‘ns op”. De Courtisanes trokken de hei op en daar op een open plek tussen de dennenbomen gingen ze in een kring staan. Annemiek in het midden. Fakkels weerkaatsten hun licht tegen de dennenbomen. En toen Annemiek een toverspreuk brabbelde en een zakje met sterrenstof in het vuur strooide, kraakten de bomen en bewoog de grond. Vreemde wezens wierpen schaduwen over de heide. Uit de lage begroeiing van de hei doken de heiheksen op, met hun begroeiing van heide, pijpenstrootje, berk en den, haast bijna niet voor het normale oog te zien. De dieren van de heide vormden zich tot voetsoldaten, afschrikwekkende gedaantes in de vorm van half soldaat, half wild zoals haas, ree, vos, ree, fazant en korhoen, vormde een leger… ‘zie hier de Zandhazen” sprak Annemiek. Om hen heen kraakten de takken. Bomen kwamen tot leven, trokken hun wortels uit de grond en zwaaiden met hun takken. “Maak kennis met de Woudreuzen” lachte Annemiek. Uit de vennen op de hei verschenen feeachtige gedaanten: de Waterwijven schaarden zich bij de groep. En vormden zo het leger dat weerstand moest gaan bieden aan Van Rossum. Onder leiding van Annemiek trokken ze richting het Moordlant. En bij haar had ze een grote kist met een groot en stevig beslag en slot.

Aangekomen zag Annemiek hoe de bevolking van het dorp bijeengedreven was door het leger van van Rossum. De Vier schuttersgilden voerden dapper strijd, maar de overmacht was toch te groot. Dit hielden ze niet lang meer vol. Tijd voor actie. Annemiek gaf opdracht om zich in de strijd te mengen. De Heiheksen vlogen op hun berkenbezems door de lucht, belaagden van boven het leger en bestookten het met vuurballen. De zandhazen trokken op de grond ten strijde. Gewapend met strikken van koperdraad, geweren, pijl en boog, mengden ze zich in de strijd. De waterwijven blusten met hun waterkracht, de brandende huizen in het dorp.

Plots kwam een van haar zusterheksen naar Annemiek toe. Ze proberen de kerkschatten te stelen, Annemiek! ‘’ riep ze. ‘Daar zullen we is even een stokje voor steken’ riep Annemiek, ‘of wat dacht je van een tak of boom!’ ze floot naar de woudreuzen. Deze trokken door de straten richting de markt. En veegden met hun takken de aanvallers van het plein. Na het plein schoongeveegd te hebben, namen zij post rond de Markt om de kerk te beschermen. En elkeen die in de buurt kwam, veegden zij met hun takken terug de straten in.

Annemiek zag dat de deur van de kelder onder het raadhuis open stond. Daar moet ik dus zijn, dacht ze in zichzelf. Ze rende naar binnen, en zag Maarten van Rossum staan, met naast hem in bruidsjurk Pieternelleke. En Voor hen schout van Raffendonk met twee soldaten achter hem, met pistool en zwaard in zijn rug, die juist het “ja’woord vroeg aan van Rossum. “ja” snauwde hij de schout toe. Op het moment dat Pieternelleke moest antwoorden, riep Annemiek: ‘Stop; Pieternelleke, doe het niet, Van Rossum liegt, hij vermoordt op dit moment je dorpsgenoten op het Moordlant! Wat? Riep Pieternelleke… ‘Geloof me, hij is niet te vertrouwen, het halve dorp staat in brand, en de kerk is ook niet meer veilig” Van Rossum trok zijn zwaard, en stormde op Annemiek af…’jij vuile bedriegster!” maar Annemiek stapte opzij, en van Rossum zijn zwaard stootte tegen de muur van de kelder. “Grijp haar!’ schreeuwde hij. De twee soldaten grepen Annemiek vast en van Rossum krabbelde overeind. Toen hij aanhaalde om het lichaam van Annemiek te doorstoten, sprak ze een spreuk uit. Op dat moment opende op het moordlant zich de grote kist. Stralen licht vanuit de kist doorboorden de mist en rook op het slagveld. En doorboorden de soldaten van het leger van Van Rossum. Hun geesten werden uit hun lichaam gezogen en teruggetrokken in de kist. Als bliksemflitsen schoten deze stralen ook door het dorp en bereikten ook de raadskelder. Op het moment dat het zwaard het lichaam van Annemiek dreigde te raken, zakte Maarten van Rossum ineen, en trok zijn geest uit zijn lichaam. Samen met die van de soldaten in de kelder, werd zijn  geest teruggezogen in de kist. Hun lichamen vergingen tot hoopjes stof en een klein zuchtje wind, blies deze uiteen over de vloer van de kelder. Huilend viel Pieternelleke bij Annemiek in de armen….’Rustig maar kind, de strijd is gestreden.’

Allen uit de kelder gingen naar het Moordlant. De kist was gesloten, de Guld, de bewoners en het leger zandhazen waren in jubelstemming. Annemiek ging op de kist staan, en bedankte haar geschapen leger voor de inzet. Met de vraag als het nog eens nodig mocht zijn, zij weer op een beroep op hen kon doen. Met applaus was dit een volmondig ‘Ja’. ‘Laten we dan deze kist voor altijd begraven, zodat de rust in Brabant gewaarborgd is” sprak Annemiek. Mag ik de Grachtengravers vragen ons werk af te maken. De mollen van de hei, in het leger van Annemiek, half mijnwerker, half mol, groeven een gangenstelsel onder de kist. Langzaam zakte de kist dieper en dieper in de aarde. Totdat deze meters onder de grond begraven zat. ‘Meneer de Eik’ vroeg Annemiek, “aan u de taak deze kist te bewaken”. De Woudreus ging op de plaats staan waar de kist in de grond was gezakt. “Tijd voor een afscheid” riep Annemiek… ze sprak een spreuk en plots bleken de takken van Meneer van Eik verstijfd. Ook zijn maten rond de Markt verstijfden, de wapens van de wilde dieren van de hei vielen op de grond en er huppelden weer konijnen en hazen weg, er scharrelde weer korhoenen en fazanten, en een paar reeën kozen het hazenpad. Mollen doken weer in de grond, en de waterwijven doken weer in het ven, en toen de laatste rimpels op het wateroppervlak weer verdwenen waren, was alles weer voorbij.

De bewoners herstelden de schade in het dorp, en Annemiek de Courtisane ging op ’t Moleneind wonen. Daar in een klein hutje op de hei hield zij jarenlang de wacht, zodat niemand de kist van het Moordlant zou kunnen openen. En door de eeuwen heen vergat men het bestaan van de kist.

 

Een kanaal in Oirschot

Volop bedrijvigheid in Oirschot. Rond 1920 wordt er volop gegraven. Het Wilhelminakanaal is eindelijk in wording. Met man en macht werken gravers met de schop aan de nieuwe economische ader voor het dorp. Burgemeester Spaaijkens, kijkt tevreden naar de voorwerpen die in de tent aan Den Heuvel voor hem uitgestald liggen. De attributen hebben volop zijn aandacht aangezien hij graag als hobby archeoloog aan de gang is. Evenals zijn assistentje, Pietje. Pietje, in de volksmond Pietje Pruts genoemd, is nu ook weer niet de allerslimste en is er meer eentje van 12 ambachten en de bekende 13 ongelukken. De Burgemeester bekijkt vol aandacht de voorwerpen en schrikt als plots achter hem een oude kruik in dingelen valt. ‘Oeps’ klinkt er uit de mond van Pietje. En de burgemeester staat op het punt hem een oorveeg te verkopen als er een van de gravers de tent binnen rent. “Burgemeester, we hebben een grote kist gevonden, is dat iets voor u?’ De Burgemeester aarzelt geen moment, en loopt met de graver mee, naar de vindplaats. Hij bestudeert de kist, en rammelt een keer aan grote slot. ‘Heb je een ijzerzaag misschien?‘  vraagt hij. Maar niemand kan hem daarbij helpen. Hij stuurt Pietje Pruts naar de smid. En buiten adem komt deze een half uurtje daarna terug. Op het moment dat de burgemeester de ijzerzaag op de beugel van het slot zet, klinkt er een vrouwenstem. ‘Ik zou dat niet doen!’ klinkt uit de mond van een vrouw tussen het toegestroomde volk. Het is Mie Koek, de oude vrouw die op de hei woont. Zij zorgt elke dag voor de gravers van het kanaal met koffie en koek. Niemand weet waar ze vandaan komt, niemand weet hoe oud ze is. Ze is maar een raar mens. ‘Waar bemoei je je mee’ roept Pietje Pruts buiten adem. ‘De kist is gevuld met onheil” antwoord Mie Koek.  Pietje lacht haar uit: ‘wat weet jij daar nu van, ouwe gek!’ Mie schudt haar hoofd, “doe het niet, ik heb u gewaarschuwd.” De menigte wordt ongeduldig en Mie Koek wordt teruggedrongen door de menigte. Ze draait zich om en loopt terug naar haar huisje op de hei. Achter zich hoort ze het geluid van de ijzerzaag op het staal.

Daar gaan we weer….’zegt ze in zichzelf. Terug bij haar hutje ontsteekt ze de fakkels en het vuur in de kring van paddenstoelen. ‘Zusters, ontwaak, er komt weer werk aan de winkel’, en ze spreekt een spreuk.  Terwijl uit de vlammen om haar heen haar zuster heksen hun gedaanten weer aannemen, schieten er boven het dorp de bliksemschichten door de lucht. ‘Zusters, de kist is geopend, ik had ’t nog zo gezegd.” Na bijna 500 jaar is het gedaan met de rust, dus heiheksen, woudreuzen, waterwijven, grachtgraver en zandhazen, sta op, en trek ten strijde.’ Terwijl op de hei Mie Koek haar leger weer vormt, gaat Oirschot weer ten prooi aan de kwellingen van Van Rossum. Na het openen van de kist, schiet hij als vurig ridder uit de kist. Gevolgd door zijn Dodenleger, de Zwarte ruiters, de Vuurfeeksen, de Rode raven en zijn Barbaarse beulen. Vanuit alle hoeken vallen ze het dorp weer aan. Maarten van Rossum dendert weer door de straten en roept: Blaken en branden, zijn de sieraden van de oorlog! En wederom staat het dorp in vuur en vlam……

Zal het Mie Koek en haar aanhang lukken, wederom Maarten van Rossum en zijn leger te verslaan… ??? Misschien weten we meer na de Halloween op Zaterdag 27 Oktober….. Ben erbij en strijd mee!!!

 

Halloween Oirschot video’s van bezoekers